Jongeren koesteren idealen. In de levensfase waarin studenten zich bevinden is dit niet meer dan normaal. De studenten ontwikkelen denkbeelden die vaak vol overtuiging worden neergezet. Er is een probleem zodra de idealen van de student worden omgezet naar gedragingen en opvattingen die in strijd zijn met de wet. Er wordt in dat geval gesproken van radicalisering. Onderstaand wordt besproken hoe je radicalisering kan herkennen en hoe vervolgens te handelen.

Signalen van radicalisering

Er zijn geen uitputtende lijstjes met criteria waaraan een radicaliserende leerling te herkennen is. Deze signalen kunnen wel aanleiding zijn om alert te zijn en zo nodig in actie te komen:

  • Verliezen van geloof in de rechtvaardigheid van het maatschappelijke- en rechtssysteem.
  • Uiterlijke kenmerken en andere uitingsvormen, zoals bijvoorbeeld haardracht of kleding die geen modieuze waarde hebben, maar een ideologisch statement vormen.
  • Toewijding en idealisme.
  • Vervreemding en (zelf)uitsluiting.
  • Het verkennen van radicaal gedachtegoed.
  • Het benoemen van ‘vijanden’.

Soms lijken signalen heel duidelijk. Desondanks is het van belang om de indrukken die je krijgt te bespreken met collega’s en met mensen die meer specifieke kennis hebben over radicalisering.

Wat te doen bij vermoeden: 2 groepen

1. De studenten waarbij sterke vermoedens zijn
Onze school heeft een uitgebreid protocol, dat vind je op ons intranet met deze link
Bij vermoedens moet er altijd contact worden opgenomen met de voorzitter van de ROC MN-werkgroep radicalisering, Marc van der Klok, dit loopt via de collegedirecteur. Bij het niet kunnen bereiken van Marc van der Klok, kan met één van de andere leden contact gezocht worden. Vervolgens zal contact gelegd worden met de andere leden van de groep. Aan de hand van de “Radix-tool” van KPC–group en APS zal vervolgens getracht worden de signalen te duiden. Waar nodig zal contact gelegd worden met gemeente, politie en eventueel andere instanties.

De groep is als volgt samengesteld:

  • Marc van der Klok, Directeur Facilitair Bedrijf (voorzitter overleg) 06-24828175
  • Agnes de Koning, Facilitair Manager 06-42056381
  • Sandra Vrijberghe de Coningh, Bestuurssecretaris College van Bestuur 06-40523771
  • Marja van Helvoort, School maatschappelijk werk/Zorg 06-24804993
  • Brigitte Hofmeijer, Facilitair specialist veiligheid 030-7547150

Doorgeven melding: Een vermoeden / melding van mogelijke radicalisering aan de voorzitter van de groep, zal verlopen via de directeur van het betrokken college / businessunit. Bij afwezigheid via de afdelingsmanagers, COG’s / SMW’ers. Bij behandeling van de meldingen zal de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd.

2. De studenten waarbij minder sterke vermoedens zijn
Bij deze groep is het van belang om tijdig contact te maken met de student. Dit is van belang aangezien de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de student afneemt naarmate het proces van radicalisering vordert. Verder is het ook belangrijk dat dit contact duurzaam wordt onderhouden, aangezien het opbouwen van een vertrouwensband en de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de student tijd nodig heeft. Behoefte aan informatie over hoe zo’n een gesprek gevoerd moet worden? Check in dat geval de volgende twee pagina’s van Stichting School & Veiligheid.

Bij twijfel of behoefte aan “sparren”, altijd contact opnemen met een collega van de genoemde groep bij punt 1.

Praktische tips voor onderwijzend personeel

Op basis van “Pedagogiek als wapen tegen radicalisering”, Centrum School en Veiligheid

Hoe moet je reageren als je vermoedt dat een leerling dreigt te radicaliseren? Hoe kun je maatschappelijke kwesties rond radicalisering en extremisme aan de orde stellen tijdens je lessen? Uiteraard wil je escalatie of polarisatie voorkomen. Hieronder een aantal praktische do’s en don’ts.

  • Insluiten in plaats van uitsluiten
    Scholen moeten in de eerste plaats doen waar ze goed in zijn: gewoon zo goed mogelijk onderwijs geven. Leerlingen perspectief bieden, ze voorbereiden op hun plaats in de maatschappij en hen klaarstomen voor het diploma. Het is daarbij belangrijk dat alle leerlingen het gevoel hebben dat ze erbij horen. Jongeren van allochtone komaf geven vaak aan dat ze zich achtergesteld en gediscrimineerd voelen. De woede en frustratie daarover kan aanleiding zijn tot radicalisering.
  • Neem de tijd voor contact en ga het gesprek aan
    Onderwijspersoneel heeft een belangrijke pedagogische opdracht. Het is van belang dat personeelsleden in contact blijven met leerlingen die in hun gedrag of door de uitspraken die ze doen uiting geven van streng islamitische opvattingen, iets wat zeker niet hetzelfde is als radicalisering. Ga op een open en niet veroordelende manier het gesprek met ze aan, wees geïnteresseerd, nieuwsgierig, durf vragen te stellen, win hun vertrouwen en bouw een relatie met ze op. Voorkom dat deze leerlingen in een isolement terecht komen of dat ze helemaal niet meer naar school gaan.
  • Doorbreek ‘wij/zij-denken’
    Jongeren blijken vaak te denken in termen van ‘wij’ tegenover ‘zij’: allochtoon tegenover autochtoon, gelovig tegenover ongelovig, etc.: een dichotoom wereldbeeld. Dit wordt versterkt omdat veel leerlingen van allochtone afkomst zich ontworteld voelen. Marokkaanse jongeren voelen zich bijvoorbeeld niet zo Marokkaans als hun ouders, maar ze voelen zich ook niet echt Nederlands. Het gevoel nergens bij te horen kan leiden tot radicalisering. Het doorbreken van dit beeld is dus van groot belang.
  • Zorg dat iedereen mee kan doen
    Plan eventuele(buiten)schoolse activiteiten zorgvuldig. Zorg ervoor dat álle leerlingen aan álle activiteiten mee kunnen doen.  Dit gezien vanuit het perspectief van uitsluiten.
  • Wees expliciet in de kledingvoorschriften en omgangsregels van de school
    ​Er zijn keuzes gemaakt m.b.t. gedrag en uiterlijk. Deze keuzes zijn vertaald  naar kledingvoorschriften en omgangsregels. Er is e​​​en richtlijn inzake kledingvoorschriften, die o.a. bepaalt dat gezichtsverhullende kledingstukken van welke aard dan ook niet toelaatbaar zijn binnen de onderwijs- en praktijksituatie. Bespreek waar nodig deze keuzes en houd daarbij wel rekening mee dat voorschriften en regels niet discriminerend of in strijd met de vrijheid van meningsuiting zijn.
  • Zorg voor een sparringpartner
    Er zijn geen lijstjes met criteria waaraan een radicaliserende leerling te herkennen is. Onderwijspersoneel zal daarom vaak aarzelen om bij een vermoeden van radicalisering actie te ondernemen. Het is in dergelijke gevallen zinvol een beroep te kunnen doen op personen (collega’s) of instellingen die als sparringpartner kunnen optreden. Twee weten immers meer dan één. Binnen ROC MN is de werkgroep radicalisering de aangewezen sparringpartner en waar (via afdelingsmanager/directeur) gemeld kan worden.​