Wat is motivatie?

Motivatie is een gevoel dat je aanzet tot het beginnen en afmaken van een taak.

Motivatie hangt samen met de doelen die je aan jezelf stelt.

De motivatie van studenten heeft invloed op hun resultaten, op hun houding in de klas en meestal ook op de manier waarop jij als docent naar hen kijkt en wat je verwacht.

De veelgebruikte Zelfdeterminatie Theorie gaat uit van de gedachte dat ieder mens een natuurlijke, aangeboren neiging heeft om bezig te zijn met interessante dingen en dat hij daarbij zoekt naar verbinding tussen zichzelf en de wereld. De drie basisbehoeften die het fundament zijn voor motivatie zijn:

  1. Competentie = Ik kan het.
  2. Autonomie = Ik kan het zelf.
  3. Verbondenheid = Ik hoor erbij.

Welke motivatietypes zie je in de klas?

Motivatie kan intrinsiek of extrinsiek worden gedreven, gecontroleerd zijn of autonoom. Van lage autonome motivatie tot hoge autonome motivatie onderscheiden we:

motivatiecontinuum

(bron afbeelding: handout workshop van Motivatiemeesters.nl)

De effectiefste en duurzaamste vormen van motivatie zijn de drie autonome. De uitdaging in de klas is om de autonome motivatie te versterken.

Wat werkt: autonomie-ondersteunende leerkrachtstijl

  1. Autonomie ondersteunende communicatie

Autonomie-ondersteunend taalgebruik is uitnodigend, informerend en overleggend. Je mag, je kunt. Als iets moet dan wordt ook de relevantie en noodzaak uitgelegd.  Autonomie wordt niet alleen verbaal maar ook non-verbaal ondersteund, vertrouwen in het kunnen van de student spreekt ook uit je lichaamstaal en gezichtsuitdrukking. 

  1. Relevantie aantonen

Autonomie-ondersteunende docenten brengen de relevantie over van de te leren stof en de te ontwikkelen competentie. Studenten die begrijpen wat het nut is doen beter hun best. 

  1. Empathisch perspectief

Autonomie-ondersteunende docenten doen hun best zich in de student te verplaatsen, zodat zij zich begrepen voelen. Meer luisteren, minder zelf praten, vaker de mening vragen en de kennis van de studenten ophalen en deze waarderen.  

Onderzoek laat zien dat de negatieve effecten van controlerende factoren verminderd worden als deze op een autonomie-ondersteunde manier worden aangeboden.  

Wat kun je doen om de (autonome) motivatie in je klas te vergroten?

1. Hou je aan de zes leerprincipes van Hattie en Yates: 

  • Leren vergt tijd, moeite en motivatie 
  • Concentratiespanne is 15 tot 20 minuten 
  • Oefentijd uitsmeren in blokken van 15-20 minuten, dit is effectiever dan een blok van 2 uur 
  • De belangrijkste factor die leren beïnvloedt is wat de lerende al weet. Informatie die kan worden gerelateerd aan voorkennis blijft veel beter hangen. 
  • Het brein leert sneller multimediaal –> bied leerstof auditief en visueel aan 
  • Om te leren moet je actief met informatie omgaan –> activerende opdrachten zijn essentieel  

2. Stimuleer autonomie 

  • Differentiatie geeft mogelijkheden voor autonomie. Zorg voor voldoende maar beperkte keuzemogelijkheden  
  • Maak ruimte voor talenten en interesses 
  • Verveling verdrijft motivatie, zorg voor voldoende uitdaging 
  • Minder autonomie leidt tot minder motivatie. Controle leidt tot minder autonomie en dus tot minder motivatie. Pas dus op mebeloning, bedreiging, surveillance 
  • Geef ruimte voor zelfsturing en vergroot zo de motivatie door YouTube/ weblectures te gebruiken 
  • Keuzevrijheid en differentiatie binnen duidelijke structuur 

3. Zoek de verbinding 

  • Jij bent een rolmodel: inspireer door je passie en gemotiveerde gedrag 
  • Vraag de klas: ‘hoe worden we succesvol als team?’ 
  • Toon waardering 
  • Geef ook aan waarom jij er enthousiast over bent. 
  • Investeer in goede relaties 

4. Bevorder competentie 

  • Leer studenten hoe ze moeten leren, metacognitie over het brein helpt om effectiever te studeren  
  • Help een student met weinig zelfvertrouwen door hem jouw vertrouwen te geven dat hij het kan 
  • Studenten moeten het doel en de relevantie van de les begrijpen om te kunnen leren. Besteed aandacht aan relevantie voor korte en lange termijn, voor de stage en voor persoonlijke ontwikkeling. 
  • Laat voortgang zien en geef feedback op het proces 
  • Biedt ervaringen in de zone van naaste ontwikkeling 
  • Daag de beste studenten uit nog beter te worden 

5. Tot slot:

  • Zelfbeheersing en wilskracht kun je zien als spieren die je kunt trainen 
  • Om competent te worden moet je (en de student dus ook) uren maken en fouten maken 

Gebruikte bronnen

  • E. Deci – R. Ryan, Overview of Self-Determination Theory: An Organismic Dialectical Perspective, in Handbook of Self-Determination Research”, pp. 3-34, Rochester, 2002.
  • Handout workshop van Motivatiemeesters.nl
  • Hoger leerrendement door autonome motivatie, https://wij-leren.nl/motivatie-autonoom.php
  • Huub Nelis & Yvonne van Sark, Motivatie binnenstebuiten, 2014, Kosmos Uitgevers

Meer lezen en zien?