We spreken van groepsdynamica zodra een groep met individuen een team is geworden waarin elk talent gezien, geaccepteerd en gerespecteerd wordt.

Een klas of groep studenten waarin elke student zicht prettig voelt en waarin de studenten elkaar ondersteunen, is gewenst. Om dit zo snel mogelijk te bereiken, kun jij als docent van deze groep veel betekenen. Je kunt dit doen door een goede kennismaking, duidelijke communicatie en het stellen van grenzen. Bijvoorbeeld dat pesten en buitensluiten niet getolereerd worden. De groepsdynamica wordt gevormd door verschillende fases vanuit het groepsproces van Tuckman.

Groepsproces van Tuckman

Het groepsproces van Tuckman bestaat uit vier verschillende fases: forming, storming, norming en performing. Bij ieder van deze fases zijn er belangen en uitdagingen. Soms volgen de fases elkaar razendsnel op, andere groepen hebben hier meer tijd voor nodig. Let wel dat dit een theoretische benadering is, in de praktijk kunnen de fases verschillen.

Fase 1: Forming

Oriëntatiefase: De studenten hebben een afwachtende houding, zijn onzeker en hebben behoefte aan sturing van hun begeleider.

Van belang in deze fase:           Vertrouwen tussen de teamleden ontwikkelen.

Uitdaging in deze fase:             Delen wat ieders individuele kwaliteiten en zwakke punten zijn.

Werkvormen: Kennismakingsspelletjes en luchtige samenwerkingsopdrachten.

Fase 2: Storming

Conflict hanteren:De studenten tasten af. De groep wordt onrustig, zet zich af en gaat de begeleider uitproberen.

Van belang in deze fase:           Sta open voor de mening van de studenten en blijf hierover praten. Pak conflicten aan.

Uitdaging in deze fase:             Constructief met conflicten om blijven gaan.

Werkvormen: Samenwerkingsopdracht waarbij verschillende talenten gebruikt worden.

Zie ook: mogelijke interventies

Fase3: Norming

Normen stellen: De studenten leggen zich neer bij bepaalde groepsgewoonten. Er ontstaat een ontspannen groep waar men vertrouwen in elkaar heeft. Het wij-gevoel neemt toe.

Van belang in deze fase:           Zorg ervoor dat iedere student kan zeggen wat hij of zij wil.

Uitdaging in deze fase:             De studenten laten inzien dat je als onderdeel van een team niet volledig je zin kan krijgen.

Werkvormen: Stimuleren van feedback; elkaar complimenten geven.

Fase 4: Performing

Integreren: Studenten kennen en accepteren elkaars sterke en zwakke kanten. Iedereen heeft zijn of haar rol binnen de groep.

Van belang in deze fase:           Betrek de student bij het nemen van beslissingen en ondersteun initiatieven.

Uitdaging in deze fase:              Elkaar verantwoordelijk houden en elkaar aanspreken op gedrag.

Werkvorm:  Groepsopdracht, zoals een gezamenlijke poster maken.

Bij elke fase geldt: doe wat je zegt.