Wat is differentiatie?

Op alle onderwijsniveaus heb je te maken met onderlinge verschillen tussen studenten. Door deze verschillen sluit het onderwijsaanbod meer of minder goed aan. Het kan bijvoorbeeld gaan over verschillen in voorkennis, hoe goed iemand kan leren, uit welke cultuur iemand komt en hoe gemotiveerd iemand is. Ga je bewust met de verschillen om, dan ben je bezig met differentiëren.

Een definitie: “Differentiatie is een onderwijsbenadering waarbij leraren proactief aanpassingen doen in de inhoud van het onderwijs, de leermaterialen, de gevraagde leeractiviteiten en de producten van leerlingen om tegemoet te komen aan verschillende leerbehoeften van individuele leerlingen of van kleine groepen leerlingen, om daarmee de leermogelijkheden van alle leerlingen
in de klas te vergroten.”

Waarom is differentiëren belangrijk?

Elke student heeft een ander leerniveau. Voor sommige studenten kan het niet snel genoeg gaan, waardoor ze zich gaan vervelen. Voor andere studenten gaat het soms te snel en kunnen ze het daarom niet bijbenen. De valkuil is dat je te specifiek ingaat op verschillende behoeften waardoor je de cohesie in je onderwijs verliest. Hierdoor kan een klas vol individueel lerende studenten ontstaan. Meer informatie over hoe je van een klas individuen een hechte groep maakt? Kijk dan eens op de pagina groepsdynamica.

Hoe kun je differentiëren in de klas?

Er zijn verschillende manieren om differentiatie toe te passen in de klas.

  • Taak: Niet iedereen hoeft hetzelfde te doen. Door verschillende taken rondom een activiteit te ontwikkelen kunnen jouw studenten op hun eigen niveau aan de slag.
  • Uitkomst: Niet iedereen hoeft hetzelfde te bereiken. Door wel dezelfde taak te geven maar een ander doel te stellen voor bepaalde groepen studenten breng je differentiatie aan. Dit werkt het best bij open opdrachten. De studenten die meer aankunnen worden langs een hogere lat gelegd.
  • Materiaal: Niet iedereen gebruikt dezelfde middelen. Zo kun je rond hetzelfde onderwerp met verschillende teksten werken op wisselend niveau. Op die manier heeft de klas hetzelfde lesdoel, maar is de weg ernaar toe toch verschillend.
  • Keuze: Niet iedereen maakt dezelfde keuze. Door een gevarieerd aanbod te doen in activiteiten kunnen studenten de uitdaging kiezen die bij hen past. Dit kan bijvoorbeeld in huiswerk, of in de verwerking van een instructie.
  • Ondersteuning: Niet iedereen heeft dezelfde begeleiding nodig. Het is wel belangrijk om te snappen dat elke student begeleiding nodig heeft. Ook die hoogbegaafde leerling! Stem je ondersteuning af op de behoefte van je leerlingen.
  • Tempo: Niet iedereen werkt in hetzelfde tempo. Spreek verschillende werktijden af met je studenten. Sommige studenten werken veel beter onder tijdsdruk dan anderen.
  • Gesprek: Niet iedereen heeft dezelfde woordenschat. Pas je uitleg aan op wie je voor je hebt: hoogbegaafde studenten profiteren van een top-down approach waarbij je ze eerst “in het diepe” gooit. Studenten die meer moeite hebben met de lesstof help je op weg met meer structuur.

Gebruikte  bronnen

  • Publicatie: Dossier differentieren van Onderwijsadvies & Training Universiteit Utrecht
  • Artikel: Differentiatie is te doen #1; De zeven vormen van differentiatie
  • Infographic: Differentiatie in de klas; wat werkt?

Meer lezen?