Binnen het mbo tref je in bijna alle klassen studenten met een anderstalige achtergrond. Voor hen is Nederlands niet hun moedertaal, maar de 2e taal, vandaar dat ze NT2-studenten worden genoemd. Voor deze studenten is het een hele kluif om het onderwijs te volgen en zich te bewegen in de Nederlandse samenleving. Functioneren in een nieuwe taal en cultuur vraagt veel aanpassing en oefening.
De invloeden van cultuurkenmerken zijn soms groter dan gedacht: je kwetsbaar opstellen, fouten maken en toegeven, omgaan met autoriteit, functioneren in een ik-cultuur i.p.v. wij-cultuur….. Dit beïnvloedt het functioneren van de NT2-student.

Wat zie je in de klas bij een anderstalige student?

  • Je denkt vaak: “hij begrijpt me niet….”
  • Hij zegt “ja” en doet “nee”
  • Je hebt het toch al 3x uitgelegd, en ze begrijpt het nog niet….

Het begint allemaal met taal…

Wat werkt: Taalontwikkelende leeromgeving

Als je een tweede taal leert, dan is het belangrijk dat je de woorden van de taal leert, dat je veel
passend taalaanbod krijgt (luisteren en lezen), dat je de gelegenheid krijgt de taal zelf te gebruiken
(spreken en schrijven) en dat je feedback krijgt op je taalgebruik. Taalcontact is daarbij essentieel.
Omdat de NT2-student in het regulier onderwijs in aanraking komt met leeftijdsgenoten die het
Nederlands als moedertaal hebben, is de schoolse omgeving in potentie de ideale plek om de taal
te verwerven.

Een taalontwikkelende leeromgeving in het onderwijs betekent:

  • Aandacht besteden aan woorden:
    Woordenschat vormt de basis van een taal. Door woorden te leren leer je een taal en leer je over de wereld om je heen. Op school leer je niet alleen Nederlands, je leert ook in het Nederlands. Woorden spelen een rol bij het leren in alle vakken.
  • Passend taalaanbod bieden:
    In alle vakken moeten de NT2-studenten teksten of instructies lezen en luisteren naar de docent. Het taalaanbod geeft de leerling de gelegenheid nieuwe woorden te leren en meer kennis over de Nederlandse taal op te doen.
  • Taalgebruik stimuleren:
    De NT2-studenten moeten veel met de taal oefenen, de kans krijgen de taal te gebruiken in verschillende situaties en fouten te maken, want dat hoort erbij. Laat de studenten opdrachten maken die uitnodigen tot interactie met andere studenten, zowel door met elkaar te praten als te schrijven. Als je hoort of leest hoe de studenten hun gedachten formuleren, dan kun je ze daarna leerzame feedback geven.
  • Feedback geven:
    Feedback is voor alle leerlingen in het onderwijs van belang, maar voor de NT2-leerder is het essentieel. Alleen op die manier leert een student zijn taalgebruik te verbeteren en bij te stellen. Je kunt op verschillende punten feedback geven, bijvoorbeeld op de inhoud (komt de bedoeling goed over?) of op de woordenschat (zijn de juiste woorden gekozen?). Maar ook door expliciet aan te geven welke punten in de taalvaardigheid al goed gaan.

Tips wat je kunt doen als docent

Vóór de les:

  • Bekijk je lesmateriaal (instructie, ppt) door de ogen van de NT2-leerder.
  • Gebruik afbeeldingen of filmpjes om de kernwoorden van de les te verhelderen.
  • Bedenk welke werkvorm stimulerend kan zijn en die samenwerking en uitwisseling bevordert.

Tijdens de les:

  • Creëer veiligheid in de klas: maak heldere afspraken met studenten, over gedrag, samenwerking, fouten durven/kunnen maken, interesse voor elkaar, en stimuleer dit gedrag.
  • Benader de student individueel als hij iets niet begrijpt, of als je hem extra instructie geeft.
    Leeftijd en cultuur zijn vaak oorzaak voor schaamte, gezichtsverlies of trots, waardoor studenten zich niet kwetsbaar durven opstellen.
  • Controleer of de student de instructie of opdracht heeft begrepen:
    stel (individueel) de vraag of hij de opdracht kan herhalen of kan uitleggen.
  • Lesstof visueel èn auditief aanbieden: je mondelinge verhaal ook schriftelijk aanbieden (en andersom).
  • Geef aandacht aan succeservaringen op school of in de praktijk. Stimuleer de student om hierover te vertellen en op die manier spreekvaardigheid te oefenen.
  • Koppel zoveel mogelijk theorie aan de praktijk van de BPV. Vraag de student naar zijn ervaringen in de praktijk en maak de vertaling naar de theorie.
  • Koppel de student aan een maatje die hiertoe bereid is.
  • Wees alert op gebruik van uitdrukkingen en humor: een NT2-student kan zich buitengesloten voelen, omdat hij de (snelheid of inhoud van) de grapjes niet begrijpt.
    Neem de tijd om hierbij stil te staan.

Eind van de les:

  • Stimuleer je student om nieuwe /moeilijke woorden te noteren in een woordenschrift.
  • Controleer of huiswerk en opdrachten duidelijk zijn.
  • Laat studenten met elkaar toets-vragen bedenken.
  • Attendeer de student op materiaal voor de volgende les: kijk op Blackboard, bestudeer het volgende hoofdstuk.

Meer lezen en zien?

  • Brochure RijnIJssel: Concrete tips over de benadering van studenten in de (les)praktijk
  • Brochure: Achtergrondinformatie over het begeleiden van NT2-studenten
    Met name het hoofdstuk ‘Uitleg en instructie begrijpen’ (blz. 9 t/m 11)
  • Website: MBO Taalacademie, netwerk professionals Nederlands
    Een deel van de site is voor betalende leden maar er is ook veel gratis materiaal te vinden. Bijvoorbeeld onder het kopje: ‘Afstandsleren in het MBO’
  • Video: Handreiking NT2 voor docenten VO en MBO
  • Video: NT2 uitbreiden woordenschat
  • Video: NT2 uitleg en instructie begrijpen